1. Home
  2. Actueel
  3. Vinden we dit oke

Vinden we dit met z'n allen oké?

door de JongerenTaskForce

Het kan zomaar zijn dat een kind thuis niet veilig is, met alle goede bedoelingen via Veilig Thuis wordt doorverwezen naar het wijkteam, maar doordat zijn ouders de zorg afhouden er vervolgens eigenlijk, nou ja, soms niets gebeurt.

Een professional heeft een vermoeden dat een kind thuis onveilig is, hij maakt zich zorgen en belt Veilig Thuis, die luistert naar het verhaal, voert een eerste check uit naar de ernst van de onveiligheid, en verwijst het gezin door naar het wijkteam voor hulp op maat. Het wijkteam, benadert het gezin en evalueert na een bepaalde periode of de hulp effectief is en de veiligheid van het kind is verbeterd. Veilig Thuis belt nog eens naar het wijkteam om dat te controleren, en daarmee is het klaar. Of, als de situatie niet beter wordt, bedenkt het wijkteam:  ‘maar dit gezin komt niet voor niets via Veilig Thuis bij ons terecht, nu zij niet mee willen doen maken wij ons extra zorgen, dus bellen we Veilig Thuis voor advies of een (her)melding’. Helder verhaal, toch?

Helaas gaat het niet altijd zo. Uit twee recent verschenen Inspectierapporten blijkt dat deze (veelgebruikte!) route tussen Veilig Thuis en het lokale veld niet zomaar zo werkt. Zo blijkt bij navraag in 6 gemeentes dat “het voor geen van de wijkteams mogelijk was om uit het systeem te halen welke dossiers vanuit Veilig Thuis waren overgedragen.” Dat betekent dus dat het wijkteam niet meer weet hoe een gezin bij hen is aangemeld. Wauw, dat is toch verbazingwekkend? Stel: een gezin houdt alle hulp en contact af, dan is het toch juist belangrijk om te weten dat deze zaak via Veilig Thuis is binnengekomen en jij je als wijkteam misschien extra zorgen moet maken en/of extra vasthoudend moet zijn?

 

Goede bedoelingen

En Veilig Thuis dan, bellen zij niet na een tijdje terug om te horen of het gezin goed is aangekomen, of de hulp is opgestart en of de veiligheid is verbeterd? Ook dat blijkt helaas niet altijd, het geval. Letterlijk schrijft de Inspectie hierover: “Momenteel beschikt een groot deel van de organisaties niet over mogelijkheden om het inzetten van vervolgtrajecten, het bieden van ondersteuning of het voeren van regie als zodanig vast te leggen in het registratiesysteem.” Het kan dus zomaar zijn dat een kind thuis niet veilig is, met alle goede bedoelingen via Veilig Thuis wordt doorverwezen naar het wijkteam, maar doordat zijn ouders de zorg afhouden er vervolgens eigenlijk, nou ja, soms niets gebeurt? 

Jonge ervaringsdeskundige trainers van Augeo Jongerentaskforce

Schrikken

Wat ons hierbij ook erg is opgevallen, is de stilte rondom deze Inspectierapporten. Wij schrikken ervan als we dit lezen. We schrikken plaatsvervangend voor alle kinderen en jongeren die thuis met geweld of verwaarlozing te maken krijgen, maar we schrikken ook van het gebrek aan ophef. Vinden we dit met zijn allen ‘oké’? Niemand zal ontkennen – en wij ook niet – dat Veilig Thuis, wijkteams en het hele jeugdveld afgelopen tijd ontzettend hard hebben gewerkt om zichzelf, ondanks de hoge caseload, te verbeteren. Het is vaak ook ontzettend lastig om in te schatten hoe een situatie écht is en of een kind écht (on)veilig is. Maar met elkaar goed bijhouden hoe een kind gemeld wordt, en vooral ook waarom, lijkt ons niet teveel gevraagd. Ook de Inspectie is hier heel duidelijk in:

“Twee jaar na de decentralisaties is het tijd dat gemeenten stil staan bij de gekozen aanpak, [dit] evalueren en verbeteren, met name gericht op de output van de inspanningen voor kwetsbare gezinnen: ‘Worden de gezinnen waarvoor we deze werkwijze hebben vormgegeven er ook daadwerkelijk beter van?’ “Worden de problemen daadwerkelijk opgelost of beheersbaar?.”

We hebben met verbazing gelezen dat dit nog onvoldoende gebeurt en tegelijkertijd hopen we dat iedereen die met kwetsbare gezinnen werkt, hier steeds weer rekening mee blijft houden. Of, in de woorden van een kind: ‘weet jij nog wie ik ben, en of ik nu wel veilig(er) ben? Zie jij mij echt, en ben ik niet alleen een papieren dossier waarvan niet duidelijk is hoe dat op je bureau is gekomen en waar het vervolgens naartoe gaat?’ 
Wij hopen dat iedereen er alles aan doet om deze vragen voor elk kind te kunnen beantwoorden, want alleen dan kan er daadwerkelijk iets voor kinderen en gezinnen veranderen.