‘Slaan is geen oplossing, legde ik mijn vader uit’

Jamal (16) emigreerde op zijn zesde met zijn moeder en zus zijn vader achterna, naar Nederland. Tussen zijn twaalfde en veertiende woonde hij weer in Pakistan, waar hij zich met moeite aanpaste. Terug in Nederland sloot hij zich af voor zijn ouders. ‘Ze hielden nooit rekening met ons.’

jongeren augeo storytelling jamal

‘Ik was gelukkig in Nederland. Toch moesten mijn broertje van zes, mijn zus van dertien en ik als twaalfjarige weer terug naar Pakistan, omdat mijn moeder heimwee had. Mijn vader bleef in Nederland, omdat hij hier meer toekomst voor zichzelf zag. Maandelijks stuurde hij geld op. In Pakistan had ik grote aanpassingsproblemen. We mochten niet naar buiten, omdat het onveilig was in de stad waar we woonden. Een buurjongen werd ontvoerd voor losgeld. Thuis hadden we geen computers; je kon nergens online, en er was steeds stroomuitval.

Huis vol vrouwen

‘Omdat ik in Nederland een keer was blijven zitten, moest ik in Pakistan nog een jaar naar de basisschool. Daar had ik het moeilijk. Je moest een schooluniform aan en de leraren waren enorm streng. Ik liep ver achter met leren en was de taal vergeten. En ik had niemand om mee te praten. Vooral de eerste tijd miste ik mijn vader. We woonden bij drie ooms en hun gezinnen in huis. Die ooms waren meestal weg, dus het was een huis vol vrouwen. Elke drie maanden kwam mijn vader langs, maar hij vroeg ons nooit wat wij wilden. Daardoor vervreemdde ik van hem. Mijn moeder ging helemaal op in haar eigen wereldje. Ze wilde niet horen dat ik ongelukkig was.

Na een paar jaar vertelde ik mijn vader dat het slecht ging op school. Niet veel later besloot hij dat het gezin weer naar Nederland moest komen, want mijn vader vindt opleiding heel belangrijk. Mijn moeder was boos op mijn vader, en verdrietig. Ook haar familie was boos dat we vertrokken. Maar mijn vader neemt bij ons de beslissingen. Ik had net een paar vrienden gemaakt en me er bij neergelegd om in Pakistan te blijven.’

Niet normaal

‘Daarna vertrouwde ik mijn ouders niet meer: Ze hielden toch nooit rekening met ons. Ergens voelde ik me wel opgelucht toen we op mijn veertiende naar Nederland gingen: het leven was er makkelijker en op school zou het misschien ook beter gaan. Toch was ik niet blij. Ik sloot me af voor mijn ouders, voortaan deed ik alles wel alleen. Twee keer ben ik weggelopen, maar ik keerde terug omdat ik niet wist waar ik heen moest. Mijn ouders werden intussen steeds strenger. Ik moest elke dag vroeg thuis zijn. Ook in Nederland voelde ik me alleen.

Als mijn vader boos was, sloeg of gooide hij met alles wat hij voorhanden had: een lepel, sleutels. Ook mijn moeder sloeg hij soms. Mijn zus pakte hij minder streng aan. Pas in Nederland merkte ik dat geweld gebruiken niet normaal was, want als mijn vader me op straat sloeg, zag ik mensen soms raar kijken.

Vorig jaar begon ik voor mezelf op te komen. Op school kreeg ik een vriendin die zelf ook geen makkelijke jeugd had gehad; ze heeft net als ik een andere culturele achtergrond.  Zij moedigde me aan. Ik zei tegen mijn vader dat ik niet meer geslagen wilde worden, dat slaan geen oplossing is en dat ik daardoor alleen maar meer afstand voelde. Hij zei: “Dat is goed, je bent nu oud genoeg en het helpt toch niet.” Als ik niks gezegd had, zou hij gewoon zijn doorgegaan.’

Praten

‘Mijn vriendin moedigt me vaak aan om met mijn ouders te praten. Dat heb ik geprobeerd. Ik heb gezegd dat ik me erg alleen voelde en dat ik door hun toedoen enorm achterloop met mijn middelbare school. Opgeteld heb ik twee jaar verloren door al dat verhuizen. Daar reageerden ze nauwelijks op.

Ik heb nooit zo’n behoefte gevoeld om met anderen over mijn problemen te praten. Er zijn op school meer kinderen die thuis weleens geslagen worden, maar het is niet cool om het daar serieus over te hebben. Wel heb ik het met een leraar eens over de spanningen met mijn ouders gehad, toen hij naar me toekwam omdat ik had gespijbeld. In die periode had ik een hoogoplopende ruzie met mijn vader over geld en ben ik een paar keer niet naar school gegaan, maar op straat gaan rondhangen. Toen mijn vader daarna een keer naar school kwam om mijn rapport op te halen, sprak die leraar hem aan op mijn afwezigheid en onze gezinssituatie. Op de vraag van de leraar wat er volgens hem moest gebeuren, zei mijn vader: “Jamal moet met me praten.” Dat is er niet van gekomen, want mijn vader vindt dat ik het initiatief moet nemen. En ik verwacht weinig meer van een gesprek.

Succes op school is belangrijk, omdat ik later geld moet gaan verdienen. Mijn familie in Pakistan verwacht dat ik ze straks ga onderhouden, zoals mijn vader ook al een hele tijd doet. Die druk voel ik altijd. Mijn vader wil met mijn moeder terug naar Pakistan als ik werk. Hij gaat er blind vanuit dat ik zal doen wat hij van mij verwacht.’

Minder slaag

‘Toen we net in Nederland woonden, kon ik moeilijk accepteren wat er gebeurd was. Ik was boos en depressief. Maar ik heb altijd kracht gehaald uit de gedachte dat ik anderen mijn leven niet nog eens overhoop zou laten halen. Therapie of een andere vorm van hulp wil ik niet. Ik heb me over mijn boosheid heen gezet. Gelukkig doen mijn ouders de opvoeding van mijn broertje al ietsje beter. Ze zijn minder autoritair tegen hem en hij wordt minder geslagen. Thuis probeert iedereen het nu leuk te houden, waardoor meningsverschillen minder snel uit de hand lopen. Ik ben wat rustiger geworden en mijn vader ook.

Mijn vriendin wees me een paar weken geleden op een vacature bij de broodafdeling van een supermarkt. Die baan heb ik gekregen. Dat geeft een fijn gevoel. Ik doe sinds kort ook aan boksen. Alles wat ik wou, heb ik nu: school, werk, een vriendin, sport. Daarvoor ben ik heel dankbaar. Vroeger deed ik nooit wat. Nu wil ik succesvol zijn, mijn ouders trots maken, mezelf trots maken. Ik wil gewoon gelukkig zijn.’

Jamal is een gefingeerde naam.