Hoeveel kinderen maken huiselijk geweld mee?

Professionals die met ouders en kinderen werken schatten dat bijna 120.000 kinderen een vorm van kindermishandeling meemaken. Deze cijfers zijn hoger wanneer dit aan kinderen zelf gevraagd wordt. Vooral vormen van verwaarlozing komen veel voor. Naar schatting maken ongeveer 25.000 kinderen incidenten van huiselijk geweld mee waarbij de politie betrokken raakt.  Op basis van de eerste Handle-with-care pilots kan voorzichtig geschat worden dat in een middelgrote stad na aanwezigheid van politie bij geweldsincidenten thuis, over ongeveer 5 kinderen per week in het primair onderwijs een signaal voor steun wordt gegeven, zo’n 2% van de schoolgaande populatie.

Welke gevolgen heeft het meemaken van huiselijk geweld voor kinderen?

Bijna 40% van de kinderen huiselijk geweld meemaken, heeft posttraumatische stressklachten. Zij voelen zich emotioneel onveilig. Bij ongeveer de helft van de kinderen die slachtoffer en/of getuige is van huiselijk geweld, nemen professionals gedrags- en emotionele problemen waar. Steeds duidelijker wordt dat de stresshormonen die bij onveilige thuissituaties voortdurend in het lichaam worden aangemaakt, schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de (hersen)ontwikkeling van jonge kinderen: op de korte en de lange termijn lijdt dit tot risico’s op allerlei geestelijk en lichamelijke gezondheidsproblemen. Uit onderzoek naar veerkracht weten we ook dat het ervaren van steun een belangrijke buffer is tegen deze mogelijke ontwikkelingsschade.

Heeft huiselijk geweld invloed op de leerprestaties?

Huiselijk geweld gaat voor kinderen gepaard met vaak chronische gevoelens van angst, stress en onveiligheid. Bij incidenten komt hier vaak ook een onderbroken nachtrust bij kijken. Een van de meest aangetoonde negatieve gevolgen van kindermishandeling is volgens een overzichtsartikel uit The Lancet een verminderd school functioneren (ook als gecorrigeerd wordt voor factoren als armoede). Concentratieproblemen, een hoger schoolverzuim en op langere termijn een lager gemiddeld opleidingsniveau worden genoemd. Uit onderzoek naar veerkracht weten we dat het ervaren van steun een van de belangrijke buffers is tegen deze mogelijke ontwikkelingsschade.

Wat zijn de eerste indrukken van scholen in Nederland?

Voor de directeuren en leerkrachten van de pilotscholen geldt dat het project een duidelijke meerwaarde heeft. Zoals zij zelf zeggen: “zonder dit project weten wij alleen dat er in de thuissituatie wat heeft gespeeld als ouders of kinderen het zelf aan ons vertellen. Dat gebeurt lang niet altijd. Maar wij zien deze kinderen wel vrijwel altijd de volgende dag en willen hen graag helpen om te komen tot een goede dag om te leren – dat is uiteindelijk waar zij en waar voor op school zijn. Als een leerling met zijn hoofd heel ergens anders mee bezig is, en wij dat (voor een deel) kunnen wegnemen, dan is iedereen daar bij gebaat.” In de praktijk kost het directeuren die het signaal van de politie ontvangen weinig tijd om de leerkracht in te lichten. Leerkrachten geven vervolgens aan dat deze informatie hen helpt om zo goed mogelijk bij de leerling aan te sluiten. Aandachtspunt uit de praktijk blijft wel om het signaal vanuit de politie echt voor de start van de volgende schooldag bij de school te krijgen, zodat de school hier direct bij het allereerste contact op kan inspelen. Dit lukt nog niet altijd.