Cookie melding
Augeo gaat zeer zorgvuldig om met haar informatie en zal deze gegevens nooit aan derden ter beschikking stellen.
Als professional is het logisch dat je twijfel voelt over de vraag hoe je een pleger van intieme terreur kunt herkennen. Deze plegers zijn immers vaak de meest charmante, vriendelijke en meewerkende cliënten.
Stel je voor: een collega geeft aan dat hij graag een traject wil aanbieden voor gescheiden ouders: zij kunnen dan vrij toegankelijke hulp krijgen met als doel te voorkomen dat deze ouders in een ‘vechtscheiding’ terecht komen. Jij vraagt aan hem hoe zij in dat traject onderscheid kunnen gaan maken tussen ouders die echt in een strijd zitten en bij wie er sprake is van intieme terreur?
Jouw collega zegt: “Om meerdere redenen gaan we plegergedrag vanzelf opmerken in de gesprekken. Plegers van dwingende controle willen namelijk hun eigen aandeel niet erkennen en vaak tonen ze hun kwetsbare emoties niet richting de professional. Plegers willen niet veranderen en vertonen externaliserend gedrag. Om deze redenen zullen ze, als ze al meegewerkt hebben aan de start, de therapie direct te stoppen.”
Feedback
Nee, de argumentatie is onjuist.
Jouw collega heeft een verkeerd beeld van plegers van dwingende controle. Een dergelijke denkwijze maakt professionals er gevoelig voor dat zij juist de slachtoffers gaan aanzien voor plegers. Want met ‘scheidingshulp’ komen slachtoffers vaak onder grote druk te staan de omgang uit te breiden en te stoppen met (terechte) beschuldigingen. De pleger kan gebruik maken van het frame ‘vechtscheiding’.
Plegers van intieme terreur zijn moeilijk te herkennen omdat ze zich betrokken en meewerkend kunnen presenteren. Het is belangrijk dat je je realiseert dat (ex)partners die zich heel charmant, vriendelijke en meewerkend voordoen, thuis ronduit schadelijk, zelfs sadistisch gedrag kunnen laten zien. Net doen alsof zij handelen vanuit goede intenties, is een manier om macht en controle te houden bij professionals en via deze professionals de slachtoffers onder druk te zetten. Zij doen dit bijvoorbeeld door gaslighting: een vorm van emotionele manipulatie waarbij de pleger een situatie zo overtuigend verdraait of ontkent dat het slachtoffer gaat twijfelen aan diens eigen geheugen, verstand of realiteit. Dat kan dus ook jij als professional zijn. Het ondermijnt het beeld van de werkelijkheid. Wees je er dus van bewust dat ook jij als hulpverlener gemanipuleerd wordt. Hou daarom alle opties open van wat er gaande kan zijn en baseer je op de feiten, geloof niet meteen wat iemand vertelt maar vraag door en zoek uit of het klopt.
Controlegedrag begint vaak heel subtiel en breidt zich geleidelijk uit: van betrokkenheid bij dagelijkse keuzes naar het beperken van sociale contacten, autonomie en uiteindelijk handelingsvrijheid van de partner. Omdat dit vaak wordt verpakt als liefde of betrokkenheid, is er zelden iemand die dat direct als een grensoverschrijdend patroon herkend.
Voor professionals is het belangrijk om niet zozeer te kijken naar de presentatie (‘zegt iemand het goed te bedoelen?’), maar vooral naar de intentie en het effect (‘duidt dit op een eenzijdige machtsdynamiek’ en ‘wat doet dit met de vrijheid en veiligheid van de ander?’). Dat onderscheid is essentieel in het duiden van gedrag.