Cookie melding
Augeo gaat zeer zorgvuldig om met haar informatie en zal deze gegevens nooit aan derden ter beschikking stellen.
Bij intieme terreur denken we al snel aan de partner als slachtoffer. Maar ook kinderen kunnen direct slachtoffer zijn van dwingende controle van een of beide ouders. Het gedrag van die ouder komt voort uit zijn of haar eigen behoefte aan macht. Het kind moet gehoorzamen aan onvoorspelbare en rigide regels en wordt voortdurend in de gaten gehouden, bekritiseerd en gemanipuleerd.
Stel, je ziet gescheiden ouders met een kind van 10 waarvan de vader vertelt dat het kind thuis moeilijk gedrag vertoont bij de moeder: driftbuien, weinig grenzen accepteren. Bij de vader is het kind meegaand. De vader vertelt dat hij zich zorgen maakt en denkt dat de moeder het kind niet aankan. Moeder en kind hebben beide veel lichamelijke stressklachten.
Meerdere antwoorden mogelijk
Feedback
Er kan van alles aan de hand zijn: het kind kan stress hebben door de scheiding, er kunnen opvoedproblemen zijn en er kan sprake van dwingende controle. Gedrag van een kind valt pas te begrijpen als je de context begrijpt en weet wat de feiten zijn. Er zijn verschillende stappen die je kunt zetten: verder onderzoek naar het gedrag van alle gezinsleden, beide ouders en het kind apart van elkaar spreken, de casus bespreken met een collega. Het zijn alle drie goede stappen. Bij voorkeur in samenhang. Want deze casuïstiek is complex en verwarrend, ook voor ervaren professionals.
Gebi Rodenburg (psycholoog) en Sonja Lucardi (psychodynamisch therapeut) zijn beiden expert op het gebied van dwingende controle. Zij omschrijven het zo: de controlerende ouder probeert bewust grip te krijgen op het denken, voelen en de identiteit van het kind. En dat wordt verpakt als liefde, discipline of bescherming. In gezinnen waar dwingende controle speelt, wordt een kind door de pleger niet gezien als een zelfstandig individu met eigen gevoelens, behoeften en grenzen. Het kind wordt eerder benaderd als een verlengstuk van deze verzorger, waarbij gehoorzaamheid, beschikbaarheid en loyaliteit belangrijker zijn dan de ontwikkeling van het kind zelf.
Het patroon van dwingende controle is moeilijk te herkennen. Omdat de controlerende ouder overal een verklaring voor heeft, betrokken en bezorgd lijkt over het kind, terwijl de andere ouder misschien moeilijk bereikbaar lijkt of ‘lastig gedrag’ vertoont, gaan professionals snel in het patroon mee.
Kinderen kunnen niet weg. Ze zijn afhankelijk van de pleger voor veiligheid en zorg. En omdat ze geen referentiekader hebben, denken ze niet: er is iets mis met de situatie maar: er is iets mis met mij. Een kind dat slachtoffer is van dwingende controle zal voortdurend alert zijn op stemmingen en zwijgen over wat er thuis gebeurt om veilig te blijven. Met allerlei stressklachten tot gevolg.
Een gezin waar sprake is van dwingende controle is een soort minisekte: het kind wordt gemanipuleerd, uitgespeeld en voortdurend gecontroleerd. Soms wordt het actief ingezet tegen de andere ouder, als spion of boodschapper. Er is geen ruimte voor eigen gevoelens of gedachten. Dit is voor het kind gewoon. Het heeft geen ander referentiekader. Het past zich aan, probeert te voldoen, houdt de vrede. Als er iets misgaat denkt het niet: hier klopt iets niet. Het denkt: het ligt aan mij. Het ontdekt niet wie het zelf is en wat hij wil maar is alleen bezig veilig te blijven.
Die ouder is zichzelf vaak volledig kwijt. Chronisch angstig, uitgeput, het eigen verhaal kwijt. Ook na de scheiding gaan de controle en het psychische geweld vaak door en kunnen zelfs verergeren. Een ouder die zelf nauwelijks boven water blijft, kan een kind moeilijk de veiligheid bieden die het nodig heeft. Ondersteuning van de veilige ouder is daarom ook directe ondersteuning van het kind.
Wat kinderen achteraf zeggen dat het verschil maakte is dat iemand er gewoon was. Rustig, voorspelbaar, geduldig. Niet forceren. Een kind in dit systeem is extreem waakzaam en trekt zich bij het kleinste signaal van onveiligheid terug.
Geloof het verhaal van het kind, ook als het tegenstrijdig klinkt of niet overeenkomt met wat je van buiten ziet. En neem een niet-pluis-gevoel serieus!
Deze casuïstiek is complex en je kan meegezogen worden in het verhaal van de pleger. Bespreek je zorgen en je eigen handelen met collega's en deskundigen. Je hoeft dit niet alleen te doen.