Wetenschappers beschrijven al jarenlang hoe chronische stress en voortdurende onzekerheid hun sporen nalaten in het lichaam van kinderen. Opgroeien zonder stabiliteit bemoeilijkt het reguleren van emoties en het ontwikkelen van een gevoel van veiligheid. Hoe zit dat met kinderen in de noodopvang en welke rol kan vechtsport daarin spelen?

Het aantal kinderen in de noodopvang is sinds 2022 verdrievoudigd. Door het afbouwen van structurele opvanglocaties belanden steeds meer kinderen in tijdelijke plekken waar ze soms zes tot acht keer in korte tijd moeten verhuizen. Veel van hen gaan niet naar school, missen leeftijdsgenoten en leven in een omgeving die voortdurend verandert. Ook kinderen die met hun moeder in een vrouwenopvang wonen omdat zij moesten vluchten voor geweld wonen vaak te lang op een tijdelijke plek waar ze onvoldoende rust en ruimte krijgen. Psychische hulp voor deze kinderen ontbreekt vaak.

Wat doet het met een kind als veiligheid, continuïteit en steun maanden- of zelfs jarenlang ontbreken? Wetenschappers beschrijven al jarenlang hoe chronische stress en voortdurende onzekerheid hun sporen nalaten in het lichaam van kinderen. Opgroeien zonder stabiliteit bemoeilijkt het reguleren van emoties en het ontwikkelen van een gevoel van veiligheid. Deze kinderen ervaren vaak weinig emotionele bedding en leven noodgedwongen in sociaal isolement. Een kind zonder eigen plek leeft in een lichaam dat nooit echt kan landen.

jongen toont hoe trots hij is in zijn dojo

Vechtsport als bron van herstel en ontwikkeling

Tegen deze achtergrond lijkt vechtkunst misschien een verrassende keuze. Wie bij vechtsport vooral denkt aan agressie, zal er niet direct een bron van veiligheid in zien. Toch blijken juist uiteenlopende stijlen van vechtkunst en bewegen (mits goed begeleid) een krachtige bron van herstel en ontwikkeling.

In een dojo (een trainingsruimte voor vechtkunst) gelden duidelijke rituelen en regels. Voor kinderen die vooral chaos kennen, werkt die voorspelbaarheid regulerend. Binnen heldere kaders mogen zij zich fysiek uiten, spanning kwijtraken en emoties laten stromen. Juist die rituelen creëren veiligheid en structuur: voorwaarden om ervaringen te verwerken en verbinding met anderen aan te gaan.

Waar veel van deze kinderen in de overlevingsstand staan, chronisch hyperalert of juist afwezig, kan vechtkunst een gecontroleerde manier bieden om spanning te onderzoeken. De sport kent natuurlijke afwisseling tussen pieken en dalen, waardoor kinderen leren herkennen wat er in hun lichaam gebeurt. Ze ervaren dat spanning niet alleen bedreigend is, maar ook iets waar je mee kunt werken.

Wat hier gebeurt, sluit aan bij wat in onderzoek ‘interoceptief bewustzijn’ wordt genoemd: het vermogen om signalen uit je lichaam op te merken en te begrijpen. Juist dat vermogen staat vaak onder druk bij kinderen die langdurig stress of onveiligheid ervaren. Veel kinderen in de noodopvang hebben meerdere relatiebreuken meegemaakt. Ze kennen het gevoel van er alleen voor staan op momenten dat spanning oploopt. In de dojo kunnen zij positieve, nieuwe ervaringen opdoen.

Sensei en leerling zitten geduldig op knieen in dojo te wachten.

Co-regulatie door trainer

Een empathische trainer die persoonlijke groei belangrijker vindt dan prestaties, kan een kind juist in die momenten ondersteunen. Niet door het over te nemen, maar door aanwezig te blijven. De trainer staat dichtbij genoeg om te merken wanneer een ademhaling stokt, schouders verstrakken of een blik wegschiet. Dit biedt ook mogelijkheden om te begrenzen wanneer dat nodig is, door te vertragen wanneer spanning stijgt, door te laten voelen: je hoeft dit niet alleen te doen. Zonder veel woorden kan een trainer aanpassingen in een oefening maken die invloed heeft op de ervaren spanning van het kind. Zo ontstaat co-regulatie: een gedeeld proces waarin spanning hanteerbaar blijft. Ook buiten de hulpverlening kunnen kinderen hier een stabiele volwassene ontmoeten die blijft staan wanneer het moeilijk wordt. Precies datgene wat voor velen van hen zo vaak ontbreekt.

Vechtkunst draait niet om agressie, maar om reguleren, doseren en respect. Kinderen ontdekken hun kracht, leren grenzen herkennen en ervaren dat zij invloed hebben op hun eigen handelen. In onderzoek wordt dit ‘body agency’ genoemd: het gevoel dat je invloed hebt op wat er in je lichaam gebeurt en hoe je handelt. En misschien wel het belangrijkst: je thuis gaan leren voelen in je eigen lijf. 

Laagdrempelige beweegactiviteiten

Juist omdat veel kinderen in de noodopvang vaak moeilijker toegang hebben tot regulier sportaanbod, ligt hier ook een kans voor opvanglocaties, scholen en hulpverleningsorganisaties. Elementen uit de vechtkunst hoeven niet uitsluitend plaats te vinden in een sportschool of dojo. Ook binnen opvanglocaties kunnen laagdrempelige, traumasensitieve beweeg- en vechtkunstactiviteiten worden ingezet om kinderen veiligheid, structuur en positieve sociale ervaringen te bieden. 

Hier oefenen ze sociaal-emotionele vaardigheden die in hun dagelijks leven vaak ontbreken: rekening houden met elkaar, samenwerken, fysiek afstemmen, grenzen respecteren. Onderwerpen die je niet uit een boekje kunt halen. Deze gecontroleerde afwisseling van spanning en ontspanning helpt kinderen te herkennen wat ze aankunnen en dat geleidelijk uit te breiden. Dit zijn vaardigheden die je niet alleen begrijpt, maar ook oefent en ervaart. Op de mat en ook daarbuiten.

karate oefeningen jongens en meisjes. verschillende banden

Onderzoek naar selectieve preventie

Vanuit preventieperspectief is deze groep kinderen bovendien een voorbeeld van wat in onderzoek ‘selectieve preventie’ wordt genoemd: ondersteuning gericht op groepen met een verhoogd risico, voordat problemen zich (verder) ontwikkelen.  Dat deze benadering potentie heeft, zien we ook terug in recent onderzoek.

In het tweejarige CCC-project onderzocht Tina Bellemans samen met collega's een boksinterventie voor kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen (KOPP/KOV). Het samen oefenen binnen duidelijke kaders bleek leek bij te dragen aan meer zelfvertrouwen, betere emotieregulatie en sociale verbondenheid. Hoewel deze doelgroep verschilt van kinderen in de noodopvang, delen beide groepen een verhoogde kwetsbaarheid door langdurige stressvolle omstandigheden.

Onderzoek laat zien dat vechtkunst zowel kansen als uitdagingen biedt en dat de manier waarop deze wordt aangeboden bepalend is voor de mogelijke meerwaarde. Maar vechtkunst is geen universele oplossing. Niet iedere trainer beschikt over de kennis, vaardigheden of sensitiviteit om met kinderen in kwetsbare omstandigheden te werken. In een prestatiegerichte vechtschool is veiligheid niet vanzelfsprekend, terwijl juist veiligheid, keuzevrijheid en afstemming essentieel zijn voor kinderen die veel stress of onveiligheid hebben meegemaakt. Traumasensitief werken vraagt daarom om méér dan het aanleren van technieken alleen. Bovendien past de intensiteit van een vechtsport niet bij ieder kind.

Voor kinderen met trauma, ontregeling of complexe problematiek is psychomotorische therapie (PMT) mogelijk een waardevol alternatief. PMT is een goed onderzochte lichaams- en bewegingsgerichte behandeling die aansluit bij dezelfde thema's, maar met de therapeutische expertise die sommige kinderen nodig hebben.

Voor professionals die werken met kinderen die langdurig in onzekerheid leven, is de vraag relevant welke plaats lichaamsgerichte activiteiten kunnen krijgen in het versterken van veerkracht. Vechtkunst is geen wondermiddel, maar kan – mits traumasensitief aangeboden – een laagdrempelige ingang vormen voor veiligheid, contact en zelfvertrouwen. Soms begint herstel niet met praten over wat er misging, maar met ervaren dat je lichaam weer een veilige plek kan zijn.

De experts van dit artikel

Erik, Tina en Minke zijn drie jonge onderzoekers die zich bezighouden met onderzoek naar veerkracht. Augeo brengt wetenschap en praktijk samen in het Veerkrachtlab, door onder ander nieuwe inzichten van onderzoekers van het consortium Veerkracht in jeugd onder de aandacht te brengen.

Erik Jumelet-Boom is psychomotorisch therapeut en oprichter van MAHI (Martial Arts & Health Institute) en kennisinstituut TRAP kickboksen.

Tina Bellemans, PhD, is associate lector bij het Lectoraat Bewegen, Gezondheid en Welzijn van Hogeschool Windesheim, Zwolle.

Minke van de Kamp, PhD, is universitair docent bij de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen.