"Je mag best je kind zien maar je mag niet blowen."

De kindcheck: met cliënten Praten over hun ouderschap

Voor de één was de Kindcheck al onderdeel van haar werk, voor de ander geeft het praten over ouderschap een extra zet om de situatie van eventuele kinderen onder de loep te nemen. Twee professionals over hun ervaringen met de Kindcheck.

Hoe motiveer ik medewerkers om hier werk van te maken?

‘Weer iets nieuws’, dacht Irma Steltenpool toen ze voor het eerst hoorde over de Kindcheck, onderdeel van de Wet Meldcode. Hoe motiveer ik medewerkers om hier werk van te maken? ‘Maar inmiddels is de Kindcheck en het durven praten over ouderschap onderdeel van het werk geworden en dat levert veel op.’ Steltenpool is manager van het VIP- team (Vroegtijdige Interventie Psychose) en BW Oost (beschermde woonvorm voor mensen met psychiatrische kwetsbaarheid) bij HVO-Querido, een zorg- en opvangorganisatie in Amsterdam. 

Neem de casus van een jongeman met psychiatrische problematiek. Hij blowde veel, had criminele vrienden en woonde in een complex met containerwoningen voor studenten. Zijn vriendin, met wie hij een ‘knipperlichtrelatie’ had en die elders woonde, beviel al vrij snel van hun kindje.

‘We begonnen ons zorgen te maken om de vriendin en hun kind. Soms bracht ze het kindje bij hem, terwijl hij blowde, dronk en feestjes vierde met vrienden. Gezien zijn woon- en leefomstandigheden, het gedrag van de jongeman en zijn vrienden, de ruzies tussen de twee jonge ouders en zijn psychiatrische kwetsbaarheid waren de zorgen groot.’ 

Vragen naar ouderschap 

‘Zijn begeleidster is toen een gesprek met hem aangegaan, zonder het gewenste effect. Haar toon was voor hem te aanvallend en ze veroordeelde zijn gedrag. ‘Je mag best je kind zien maar je mag niet blowen, moet je huis schoon en opgeruimd hebben. Zo kun je geen kind opvoeden!’ Als ze toen met hem had gepraat over zijn ouderschap, zoals de Kindcheck is bedoeld, dan had ze rustig signalen op een rij kunnen zetten, kunnen afwegen of het kind veilig was en om advies kunnen vragen voordat ze actie ondernam. Nu reageerde ze vanuit een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en vooral uit angst voor een incident met het kindje.’ 

Steltenpool en haar team besloten het anders aan te pakken. ‘We realiseerden ons: we moeten veel meer vragen stellen over ouderschap en hoe iemand dit ervaart. We zijn ons gaan verdiepen in de situatie van de vriendin, die in een woonvoorziening voor tienermoeders bleek te wonen. Ook hebben we opnieuw gesproken met de jongen over wat verantwoordelijk ouderschap betekent. In die gesprekken gaf hij zelf aan waar hij tegenaan liep. Dat hij geen ‘nee’ durft te zeggen bijvoorbeeld. Met de begeleiders van de woonvoorziening waar zijn vriendin woonde, zijn we samen om tafel gegaan, hebben advies van Bureau Jeugdzorg ingewonnen en hebben met de ouders structurele afspraken gemaakt over een omgangsregeling. Ook zijn behandelaar is hierbij betrokken. 

In beeld houden 

‘Zijn vriendin woont inmiddels samen met hun kindje op een eigen plek met begeleiding en krijgt opvoedondersteuning. Op die manier zorgen we ervoor dat het kind in beeld blijft. De jongeman is inmiddels ook verhuisd naar een groepswoning met meer structuur, en intensievere begeleiding om zich verder te ontwikkelen. Hij laat meer verantwoordelijkheid zien als vader, staat open voor begeleiding en komt afspraken na.’ 

Systeemtherapeute Anja Schoor, werkzaam bij de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van GGZ Drenthe heeft niet de ouder, maar het kind als cliënt. Maar om haar jonge cliënten te kunnen helpen, zijn er altijd gesprekken met ouders. ‘Vorige week sprak ik een moeder van een kind met Autisme Spectrum Stoornis (ASS) die zelf ook kenmerken van ASS bleek te hebben. Ze vertelde: 'ik herken veel van mijn kind in mijzelf: geen oogcontact maken, niet veel begrijpen van het sociale verkeer etc.’  

DOORVRAGEN 

Ik vraag tijdens deze gesprekken door: hoe werkt dat door in de opvoedingssituatie? Ben je in staat om de dagelijkse taken goed te doen? Kun je op tijd opstaan, ontbijten, kinderen naar school brengen? Maar ik kijk ook naar de emotionele betrokkenheid bij het kind. Neemt de moeder de ruimte om te communiceren met hem/haar? Zijn er problemen? In die zin is de Kindcheck altijd al onderdeel van mijn werk geweest. Praten over ouderschap en vragen naar de kinderen is voor mij vanzelfsprekend.’  
De Kindcheck zorgt ervoor dat samenwerking tussen behandelaars van de ouder aan de ene kant en het kind aan de andere kant een betere plek krijgt in de behandeling, ziet Schoor. De behandelaar van de volwassenen gaat in de ideale situatie nu ook naar eventuele kinderen vragen, net zoals de jeugdbehandelaar naar de opvoeder vraagt. Maar die samenwerking is nog wel voor verbetering vatbaar. 

DOORVRAGEN EN VERBINDEN 

‘Soms komt wat een moeder of vader mij vertelt vanuit de ouderrol niet overeen met wat een behandelaar bij de afdeling volwassenen te horen krijgt. Een voorbeeld: ik behandel een jongen met suïcidale gedachten, hij is zeer ontevreden over zijn leven. Zijn moeder heeft ernstige psychiatrische problematiek. Toen ik in een gesprek met haar vroeg hoe zij haar dag doorbrengt, vertelde ze het merendeel van de dag op bed te liggen. Na doorvragen bleek dat de vader regelmatig vanuit zijn werk wordt opgeroepen om voor de kinderen te zorgen, boodschappen te doen, praktische zaken te regelen, de kinderen naar de sportclub te brengen etc. Op zijn schouders rust een zware last.’  

‘Met toestemming van de moeder heb ik dit aan haar behandelaar bij afdeling volwassenen verteld. Hij schrok enorm. Dat het zó heftig was, dat was hem niet bekend. Wat maakte het dat zij dit niet verteld heeft aan haar eigen hulpverlener? In een volgend gesprek heb ik haar gevraagd waarom zij dit niet aan haar eigen hulpverlener had verteld. ‘Omdat hij me er nooit naar heeft gevraagd’, was het antwoord. En daarom heeft de Kindcheck dus een belangrijke toegevoegde waarde. Dit zijn voor mij vanzelfsprekende vragen omdat ik met kinderen werk. Maar als je als behandelaar van volwassenen niet naar het dagritme van een kind vraagt, dan mis je een hoop informatie.’  

Het lastigste in haar vak vindt Schoor het zorgvuldig vertalen van de signalen naar de ouders van haar cliënten. ‘Als ik zie dat een moeder veel geeft om haar kind, maar het haar niet lukt om de opvoeding op een verantwoorde wijze vorm te geven, bijvoorbeeld. 'Soms zijn de signalen zo heftig, komen welzijn en veiligheid van de kinderen dusdanig in het gedrang dat aan de bezwaren van de ouders voorbij moet worden gegaan. ‘Dan nemen we contact op met Veilig Thuis.’ 

FEEDBACK ONMISBAAR 

Bij het doorlopen van de stappen van de Meldcode zijn de steun en feedback van haar team onmisbaar. Ouderschap en veiligheid inschatten is best moeilijk, zegt Schoor. ‘Je hebt hier je collega’s heel hard bij nodig. Zij helpen mij de situatie en de signalen scherp te krijgen. Dat is waar de Kindcheck uiteindelijk om draait: in openheid praten. Zodat de kinderen eerder in beeld komen en dat ook blijven.’