Onderzoek aanpak kindermishandeling in volle gang

Hoe effectief is het beleid van gemeenten om kindermishandeling en huiselijk geweld aan te pakken? Lukt het om het geweld duurzaam te stoppen en de schade bij de betrokken gezinsleden te herstellen? In januari 2017 startte een uitgebreide studie in negen regio’s van Veilig Thuis. Hoe is het onderzoek opgezet en hoe staat het ermee?

Vier jaar geleden onderzocht het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de vier grote gemeenten de effectiviteit van hun aanpak van huiselijk geweld (Tierolf, Lünnemann & Steketee, 2014). De resultaten zijn schokkend: in de onderzochte gezinnen komt veelvuldig ernstig fysiek en geestelijk geweld voor. Met name minder ernstige vormen van geweld nemen af, terwijl ernstig geweld meestal gewoon doorgaat. Van de kinderen kreeg ruim 60 procent zelf geen enkele hulp aangeboden. De helft van de moeders die slachtoffer waren van partnergeweld, bleek zelf als kind thuis ook geweld te hebben meegemaakt. (tekst gaat verder onder beeld)

ONDERZOEK AANPAK KINDERMISHANDELING IN VOLLE GANG
Beeld: Unsplash

Landelijk beeld

Maar huiselijk geweld komt niet alleen in de grote steden voor. Bovendien is in het eerdere onderzoek alleen naar partnergeweld gevraagd. Daarom hebben Augeo Foundation en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het onderzoek uitgebreid naar negen Veilig Thuis-regio’s, met ruim 100 kleine en grote gemeenten en naar de aanpak van kindermishandeling. Verwey-Jonker Instituut zal dit onderzoek uitvoeren en het onderzoek in de vier grote gemeenten herhalen. Na afronding van de onderzoeken zullen de resultaten samengevoegd worden en kan een goed landelijk beeld van de aanpak van kindermishandeling worden geschetst.

Per regio worden 100 gezinnen die bij Veilig Thuis zijn gemeld anderhalf jaar lang gevolgd. De hoofdvraag van het onderzoek is of het geweld stopt na bemoeienis van Veilig Thuis en hoe het met de betrokken gezinsleden gaat. Ofwel:

  • Zijn hulpverleners in staat om de veiligheid van het gezin en de kinderen te garanderen?
  • Welk hulpaanbod hebben de gezinsleden ontvangen?
  • En hoe gaat het na verloop van tijd met het gezin en de kinderen?


In totaal worden de gezinnen 3 keer bezocht: de eerste keer direct na de melding bij Veilig Thuis, de tweede keer een jaar na de melding en de derde keer anderhalf jaar na de melding. In elk gezin worden vragenlijsten afgenomen bij zowel de ouders als de kinderen. De vragenlijsten gaan bijvoorbeeld over de aard en de ernst van het geweld in hun gezin en over de klachten die zij ervaren. 

Na elke meting presenteren en bespreken Augeo en Verwey Jonker Instituut de uitkomsten in elke regio de uitkomsten van het regionale onderzoek. Dat stelt de gemeenten in staat hun beleid tussentijds aan te passen en maakt het onderzoek vanaf het begin effectief. 


Ervaringen van onderzoekers

Om een indruk te geven van het onderzoek hebben we aan twee onderzoekers gevraagd hoe de interviews verliepen. Laurien en Marianne zijn voor het Verwey-Jonker Instituut bij meer dan honderd gezinnen langs geweest in het kader van het onderzoek. Ze bezochten met een vragenlijst gezinnen waar Veilig Thuis een melding van had ontvangen. Ze belden eerst op om te vragen of ze welkom waren.

Vervolgens maakten ze een afspraak en konden de ouders en kinderen thuis de vragen op de computer beantwoorden. Dat gebeurde anoniem. De vragen liepen uiteen: is er sprake geweest van geweld? Zo ja, wat voor soort geweld? Hoe gaat het nu met de ouders? Hoe gaat het met de kinderen? Wat zijn uw ervaringen met opvoeden? Maken je ouders vaak ruzie?


Natuurlijk waren er gezinnen die geen zin hadden om mee te doen. Bijvoorbeeld omdat ze er nog middenin zaten. Maar vaak wilden zowel de ouders als kinderen meewerken.  Met als motivatie dat ze hun ervaringen wilden delen met anderen zodat die ervan kunnen leren. Ze wilden feedback geven over de hulpverlening, over wat er beter had gekund.

De onderzoekers gingen met opzet niet te dichtbij zitten als de ouders de vragenlijst invulden, om het zo anoniem mogelijk te laten gebeuren. Ze hielpen de ouders en kinderen bij vragen die niet duidelijk waren. Voor het grootste deel waren het meerkeuzevragen, maar er waren ook open vragen. Het viel op dat daar lang over werd nagedacht en veel werd opgeschreven. De ouders en kinderen wilden daar hun verhaal kwijt. Voor de kinderen is er een speciale vragenlijst die korter is. Daaraan doen kinderen van acht jaar en ouder mee.

ADVIES AAN GEMEENTEN

Op de vraag wat ze de gemeenten willen meegeven vanuit hun ervaringen met het onderzoek zijn Laurien en Marianne duidelijk: er ligt straks enorm veel informatie omdat de ouders en kinderen het onderzoek heel serieus nemen. Alle reden om de onderzoeksresultaten te gebruiken, ook als daar kritische geluiden tussen zitten over de manier waarop er hulp is geboden, zegt Laurien. Bijvoorbeeld wanneer ze verstrikt zijn geraakt in een molen van hulpverlenende instanties.

Marianne geeft als tip aan gemeenten dat ze contact met de respondenten opnemen als besloten is dat er iets gedaan wordt met de resultaten van het onderzoek. De ouders en kinderen hebben veel tijd gestopt in het invullen van de vragenlijst. Dan is het nuttig als de gemeenten communiceren dat ze iets gaan doen met de uitkomst. Anders horen de respondenten niets meer.

Lees meer over onderzoek Aanpak kindermishandeling in Augeo Magazine.

anderen lazen ook

huiselijk geweld speelt niet alleen in grote steden

In januari 2017, ging een uitgebreidere studie van start in negen regio’s. Wat verwachten we daarvan? Drie betrokkenen in gesprek. Lees over het onderzoek in Augeo Magazine

Afwegingskader meldcode

de Meldcode wordt aangepast

Met ingang van 1 januari 2019 is een afwegingskader aan de meldcode toegevoegd. Professionals zijn verplicht deze in de praktijk te gebruiken. Wat is nieuw?

Nieuwsbrief Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Schrijf je in voor de Meldcode nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van de laatste updates.

Nu inschrijven