Cookie melding
Augeo gaat zeer zorgvuldig om met haar informatie en zal deze gegevens nooit aan derden ter beschikking stellen.
De kindcheck is onderdeel van stap 1 van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De kindcheck helpt je om oog te hebben voor kinderen wanneer je werkt met een volwassen of adolescente cliënt bij wie problemen spelen die van invloed kunnen zijn op hun veiligheid of welzijn. Je gaat na of er minderjarige kinderen betrokken zijn, hoe het met hen gaat en of verdere actie nodig is. Maar wanneer voer je de kindcheck uit en hoe pak je dat aan?
De kindcheck is onderdeel van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De kindcheck houdt in dat je bij bepaalde groepen volwassenen nagaat of zij voor minderjarige kinderen zorgen en of kinderen daar veilig opgroeien.
Denk bijvoorbeeld aan cliënten met ernstige psychische problemen, drugs- of alcoholverslaving of met een gewelddadige partner. Ga bij deze groepen cliënten ook na of zij zwanger zijn.
Ook professionals die met volwassenen werken hebben een verantwoordelijkheid in het vroegtijdig signaleren van kindermishandeling. Ook als je de kinderen niet ziet of niets aan de kinderen ziet, kun je je zorgen maken over hun (thuis)situatie.
Kinderen kunnen onveilig opgroeien doordat een ouder of verzorger ernstige problemen heeft. Denk bijvoorbeeld aan psychische problemen, verslaving, huiselijk geweld of andere omstandigheden die het ouderschap onder druk zetten.
Met de kindcheck ga je na of er kinderen betrokken zijn en of er aanleiding is om verdere actie te ondernemen.
De kindcheck is onderdeel van stap 1 van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
De kindcheck helpt om kinderen die mogelijk risico lopen vroegtijdig in beeld te krijgen. Wanneer er zorgen zijn, volg je vervolgens de stappen van de meldcode.
De kindcheck is aan de orde als een volwassen of adolescente cliënt in een (medische) situatie verkeert die minderjarige kinderen (ernstige) schade kan veroorzaken. Bij een zwangere cliënt kan het ook gaan om een ongeboren kind.
Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij ouders:
Of bijvoorbeeld bij dreigend eergerelateerd geweld, huwelijksdwang of meisjesbesnijdenis.
Oudersignalen zijn signalen die erop kunnen wijzen dat een ouder onvoldoende in staat is om voor een kind te zorgen of een veilige opvoedsituatie te bieden.
Denk bijvoorbeeld aan ernstige psychische problemen, een suïcidepoging of suïcidale gedachten, verslavingsproblematiek, slachtofferschap van huiselijk geweld, ernstige overbelasting, agressief gedrag of andere omstandigheden waardoor de zorg voor kinderen onder druk komt te staan.
Een oudersignaal betekent niet direct dat een kind onveilig opgroeit, maar wel dat het belangrijk is om na te gaan hoe het met de kinderen gaat.
De kindcheck voer je uit door – als je signaleert dat de volwassene (mogelijk) de eerdergenoemde problemen heeft – vragen te stellen. Je gaat hiermee na of er kinderen bij hem of haar wonen. Dat kunnen eigen kinderen zijn, maar ook bijvoorbeeld kinderen van een (nieuwe) partner.
Begin met open en nieuwsgierige vragen, bijvoorbeeld:
Bij een zwangerschap kun je bijvoorbeeld vragen:
Ben je in de situatie dat je meer tijd hebt met de ouders, dan kun je bijvoorbeeld de volgende vragen stellen om meer zicht te krijgen op de situatie van de kinderen:
Bij al deze vragen is het van belang dat je doorvraagt om een concreet beeld te krijgen van de situatie.
Soms ontwijkt een ouder vragen, geeft hij of zij onvoldoende informatie of ziet de ouder zelf geen risico's voor de kinderen. In dat geval:
Zie je je cliënten eenmalig of maar kort, dan is een gesprek over eventuele risico’s voor kinderen niet altijd mogelijk. Bijvoorbeeld als je op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis werkt of bij de ambulancedienst.
Ook dan kun je iets voor de kinderen betekenen als je een cliënt treft met eerdergenoemde problemen. Vraag of je cliënt zorgdraagt voor minderjarige kinderen. Zo ja, leg je cliënt dan je zorgen voor. Vraag vervolgens advies aan Veilig Thuis.
Soms is het mogelijk professionele hulp of ondersteuning van het eigen netwerk in te schakelen. Zoek daarom naar samenwerking met hulpverleners die al contact hebben met je cliënt en het gezin.
Draag de verantwoordelijkheid voor je cliënt pas over als iemand anders de hulp op zich neemt. Is het onmogelijk om deze stappen te zetten? Vertel dan aan je cliënt dat je een melding doet bij Veilig Thuis.
Ga na in de meldcode van jouw organisatie welke taken en verantwoordelijkheden jij precies hebt.
Voor professionals die ouders langere tijd begeleiden of behandelen, zoals in de ggz, verslavingszorg, huisartsenzorg of het sociaal domein, is de kindcheck niet alleen een momentopname. Het is belangrijk om gedurende de behandeling of begeleiding regelmatig aandacht te hebben voor het ouderschap en het welzijn van de kinderen.
Veel ouders doen, ook tijdens moeilijke periodes, hun uiterste best voor hun kinderen. Tegelijkertijd kunnen psychische problemen, een verslaving, stress, huiselijk geweld, lichamelijke ziekte of andere ingrijpende omstandigheden invloed hebben op het dagelijks leven van het gezin.
Door hierover open en zonder oordeel in gesprek te gaan, krijg je zicht op zowel beschermende factoren als mogelijke risico's. Bovendien ervaren ouders het vaak als steunend wanneer er niet alleen aandacht is voor hun problemen, maar ook voor hun rol als ouder.
Je kunt bijvoorbeeld vragen:
Als je signalen van ouderproblematiek bij een cliënt opvangt, ga je na of er minderjarige kinderen bij hem of haar wonen. Bij zwangere vrouwen en bij adolescenten ga je na of er nog andere minderjarige kinderen bij hen in huis wonen.
Vraag bijvoorbeeld:
Als de cliënt eerlijk antwoord geeft op jouw vragen en zich bewust is van de reële risico’s voor de kinderen, neem je de volgende stappen:
Zijn je zorgen niet weggenomen en heb je eenmalig of vluchtig contact?
Heb je langduriger contact?
Download: Kindcheck stappenplan
Van een positieve kindcheck is sprake wanneer er zorgen zijn dat de situatie van een ouder of verzorger risico's oplevert voor een kind. In dat geval volg je de stappen van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Nee. Een positieve kindcheck betekent dat je de meldcode moet volgen. Dat kan leiden tot het organiseren van passende hulp, een melding bij Veilig Thuis of beide. De afweging maak je volgens de stappen van de meldcode.
De vervolgstappen na een kindcheck hangen af van je rol en de aard van het contact met de cliënt. Professionals die een cliënt slechts kort of eenmalig zien, zoals op de spoedeisende hulp of bij de ambulancedienst, hebben andere mogelijkheden dan professionals die langere tijd betrokken zijn bij een gezin.
Wanneer je in een acute situatie werkt of slechts eenmalig contact hebt, is er vaak weinig tijd om uitgebreid onderzoek te doen naar de situatie van de kinderen. Het is dan belangrijk om je zorgen over hun veiligheid bespreekbaar te maken. Vraag ook advies aan Veilig Thuis en volg de afspraken binnen jouw organisatie.
Probeer waar mogelijk de zorg over te dragen aan een hulpverlener of organisatie die de situatie verder kan beoordelen en opvolgen. Lukt dat niet of is dat onvoldoende, dan meld je bij Veilig Thuis.
Werk je in een setting waarin je de cliënt vaker ziet, zoals het sociaal domein, de geestelijke gezondheidszorg, de verslavingszorg of de huisartsenzorg, dan heb je meer mogelijkheden om samen met de cliënt zicht te krijgen op de situatie van de kinderen.
Bespreek de gevolgen van de problemen van de ouder voor de kinderen en onderzoek welke ondersteuning nodig is. Je kunt hierbij de eigen mogelijkheden van de ouder en het netwerk betrekken en zo nodig passende hulp organiseren. Ook in deze situatie kun je advies vragen aan Veilig Thuis.
Als de zorgen ondanks ondersteuning blijven bestaan, of als onvoldoende duidelijk wordt of de kinderen veilig kunnen opgroeien, volg je de stappen van de meldcode van jouw organisatie.
Nee. Een kindcheck leidt niet altijd tot het volledig doorlopen van de vijf stappen van de meldcode.
Als de ouder voldoende duidelijkheid geeft en jouw zorgen zijn weggenomen, kun je de kindcheck afronden. Alleen wanneer er zorgen blijven bestaan of wanneer onvoldoende duidelijk wordt hoe het met de kinderen gaat, zijn vervolgstappen nodig.
Raadpleeg daarbij altijd de meldcode van jouw organisatie voor je taken en verantwoordelijkheden. Of raadpleeg je aandachtsfunctionaris of vraag advies aan Veilig Thuis.
Leg in het dossier vast dat je de kindcheck hebt uitgevoerd, welke informatie je hebt verzameld en welke afwegingen je hebt gemaakt. Beschrijf daarbij feitelijk en objectief wat je hebt gezien, gehoord en besproken. Vermijd aannames, interpretaties of conclusies die niet op feiten zijn gebaseerd.
Je legt bijvoorbeeld vast:
Ook wanneer de kindcheck geen aanleiding geeft voor verdere actie, leg je vast dat de kindcheck is uitgevoerd en op basis van welke informatie je hebt besloten dat vervolgstappen niet nodig waren. Zo is voor collega's en andere betrokken professionals inzichtelijk welke afwegingen zijn gemaakt.
Heb je niet kunnen vinden wat je zoekt, of heb je nog een vraag? Laat het hier weten, dan nemen we contact met je op.