De kindcheck is onderdeel van stap 1 van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De kindcheck helpt je om oog te hebben voor kinderen wanneer je werkt met een volwassen of adolescente cliënt bij wie problemen spelen die van invloed kunnen zijn op hun veiligheid of welzijn. Je gaat na of er minderjarige kinderen betrokken zijn, hoe het met hen gaat en of verdere actie nodig is. Maar wanneer voer je de kindcheck uit en hoe pak je dat aan?

Over de kindcheck

Wat is de kindcheck? ›

De kindcheck is onderdeel van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De kindcheck houdt in dat je bij bepaalde groepen volwassenen nagaat of zij voor minderjarige kinderen zorgen en of kinderen daar veilig opgroeien.

Denk bijvoorbeeld aan cliënten met ernstige psychische problemen, drugs- of alcoholverslaving of met een gewelddadige partner. Ga bij deze groepen cliënten ook na of zij zwanger zijn.

Waarom bestaat de kindcheck? ›

Ook professionals die met volwassenen werken hebben een verantwoordelijkheid in het vroegtijdig signaleren van kindermishandeling. Ook als je de kinderen niet ziet of niets aan de kinderen ziet, kun je je zorgen maken over hun (thuis)situatie.

Kinderen kunnen onveilig opgroeien doordat een ouder of verzorger ernstige problemen heeft. Denk bijvoorbeeld aan psychische problemen, verslaving, huiselijk geweld of andere omstandigheden die het ouderschap onder druk zetten.

Met de kindcheck ga je na of er kinderen betrokken zijn en of er aanleiding is om verdere actie te ondernemen.

Wat is de relatie tussen de kindcheck en de meldcode? ›

De kindcheck is onderdeel van stap 1 van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

De kindcheck helpt om kinderen die mogelijk risico lopen vroegtijdig in beeld te krijgen. Wanneer er zorgen zijn, volg je vervolgens de stappen van de meldcode.

Wanneer voer ik een kindcheck uit? ›

De kindcheck is aan de orde als een volwassen of adolescente cliënt in een (medische) situatie verkeert die minderjarige kinderen (ernstige) schade kan veroorzaken. Bij een zwangere cliënt kan het ook gaan om een ongeboren kind.

Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij ouders:

  • Met ernstige psychische problemen;
  • Die recent een suïcidepoging hebben gedaan of met ernstige suïcidaliteit;
  • Met alcohol-, drugs- of medicatieverslaving;
  • Die verstandelijk beperkt zijn;
  • Die slachtoffer of pleger zijn van huiselijk geweld;
  • Die ernstige chronische lichamelijke problemen hebben die het ouderschap beïnvloeden;
  • Die in een crisissituatie verkeren, zoals een (dreigende) huisuitzetting.

Of bijvoorbeeld bij dreigend eergerelateerd geweld, huwelijksdwang of meisjesbesnijdenis.

Wat zijn oudersignalen? ›

Oudersignalen zijn signalen die erop kunnen wijzen dat een ouder onvoldoende in staat is om voor een kind te zorgen of een veilige opvoedsituatie te bieden.

Denk bijvoorbeeld aan ernstige psychische problemen, een suïcidepoging of suïcidale gedachten, verslavingsproblematiek, slachtofferschap van huiselijk geweld, ernstige overbelasting, agressief gedrag of andere omstandigheden waardoor de zorg voor kinderen onder druk komt te staan.

Een oudersignaal betekent niet direct dat een kind onveilig opgroeit, maar wel dat het belangrijk is om na te gaan hoe het met de kinderen gaat.

De kindcheck uitvoeren

Welke vragen kan ik stellen om de kindcheck uit te voeren? ›

De kindcheck voer je uit door – als je signaleert dat de volwassene (mogelijk) de eerdergenoemde problemen heeft – vragen te stellen. Je gaat hiermee na of er kinderen bij hem of haar wonen. Dat kunnen eigen kinderen zijn, maar ook bijvoorbeeld kinderen van een (nieuwe) partner.

Begin met open en nieuwsgierige vragen, bijvoorbeeld:

  • Heeft u kinderen? Hoe oud zijn uw kinderen?
  • Wonen de kinderen bij u? Wie zorgt er voor de kinderen?
  • Hoe gaat het op dit moment met de kinderen?
  • Wat gebeurt er met de kinderen als het met u minder goed gaat?
  • Lukt het u om ondanks uw situatie voor uw kinderen te zorgen zoals u zou willen?
  • Welke invloed heeft uw situatie op de zorg voor uw kinderen?
  • Zijn er momenten waarop het moeilijk is om voor uw kinderen te zorgen?
  • Wat merken de kinderen van uw problemen?
  • Zijn er mensen die u ondersteunen bij de opvoeding?
  • Maakt u zichzelf weleens zorgen over de kinderen?

Bij een zwangerschap kun je bijvoorbeeld vragen:

  • Bent u zwanger of is uw partner zwanger?
  • Welke ondersteuning heeft u straks nodig bij de zorg voor uw kind?
Wat vraag je om meer zicht te krijgen op de situatie van de kinderen? ›

Ben je in de situatie dat je meer tijd hebt met de ouders, dan kun je bijvoorbeeld de volgende vragen stellen om meer zicht te krijgen op de situatie van de kinderen:

  • Lukt het jou om jouw kinderen aandacht, tijd en zorg te geven?
  • Wie ondersteunt u bij de opvoeding?
  • Wat gebeurt er met de kinderen als het met u minder goed gaat?
  • Maakt u zichzelf wel eens zorgen over de kinderen?
  • Hoe houd je voldoende toezicht op jouw (kleine) kinderen?
  • Wie doet de praktische zaken, zoals kinderen naar school brengen, koken en wassen?

Bij al deze vragen is het van belang dat je doorvraagt om een concreet beeld te krijgen van de situatie.

Wat doe ik als een ouder vragen ontwijkt, geen duidelijk antwoord geeft of zorgen ontkent? ›

Soms ontwijkt een ouder vragen, geeft hij of zij onvoldoende informatie of ziet de ouder zelf geen risico's voor de kinderen. In dat geval:

  • Ga na of er al hulpverleners betrokken zijn die kunnen helpen de situatie van de kinderen te beoordelen.
  • Is dat niet zo? Leg dan uit dat je de meldcode gaat volgen.
  • Vraag Veilig Thuis om advies.
  • Vertel dat dit kan leiden tot onderzoek naar de situatie van de kinderen en tot extra hulp voor het gezin.
Wat doe ik in een acute situatie? ›

Zie je je cliënten eenmalig of maar kort, dan is een gesprek over eventuele risico’s voor kinderen niet altijd mogelijk. Bijvoorbeeld als je op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis werkt of bij de ambulancedienst.

Ook dan kun je iets voor de kinderen betekenen als je een cliënt treft met eerdergenoemde problemen. Vraag of je cliënt zorgdraagt voor minderjarige kinderen. Zo ja, leg je cliënt dan je zorgen voor. Vraag vervolgens advies aan Veilig Thuis.

Soms is het mogelijk professionele hulp of ondersteuning van het eigen netwerk in te schakelen. Zoek daarom naar samenwerking met hulpverleners die al contact hebben met je cliënt en het gezin.

Draag de verantwoordelijkheid voor je cliënt pas over als iemand anders de hulp op zich neemt. Is het onmogelijk om deze stappen te zetten? Vertel dan aan je cliënt dat je een melding doet bij Veilig Thuis.

Ga na in de meldcode van jouw organisatie welke taken en verantwoordelijkheden jij precies hebt.

Hoe kan ik het ouderschap meenemen in mijn behandeling of begeleiding? ›

Voor professionals die ouders langere tijd begeleiden of behandelen, zoals in de ggz, verslavingszorg, huisartsenzorg of het sociaal domein, is de kindcheck niet alleen een momentopname. Het is belangrijk om gedurende de behandeling of begeleiding regelmatig aandacht te hebben voor het ouderschap en het welzijn van de kinderen.

Veel ouders doen, ook tijdens moeilijke periodes, hun uiterste best voor hun kinderen. Tegelijkertijd kunnen psychische problemen, een verslaving, stress, huiselijk geweld, lichamelijke ziekte of andere ingrijpende omstandigheden invloed hebben op het dagelijks leven van het gezin.

Door hierover open en zonder oordeel in gesprek te gaan, krijg je zicht op zowel beschermende factoren als mogelijke risico's. Bovendien ervaren ouders het vaak als steunend wanneer er niet alleen aandacht is voor hun problemen, maar ook voor hun rol als ouder.

Je kunt bijvoorbeeld vragen:

  • Hoe lukt het u om, ondanks uw situatie, voor uw kinderen te zorgen?
  • Kunt u eens beschrijven hoe een gewone doordeweekse dag eruitziet voor uw gezin?
  • Wie helpt bij het naar school brengen, de opvang, maaltijden of het naar bed brengen van de kinderen?
  • Lukt het u om voldoende toezicht, verzorging en veiligheid te bieden? Wat helpt u daarbij?
  • Op wie kunt u terugvallen als het tijdelijk minder goed gaat of als de zorg u te veel wordt?
  • Wat denkt u dat uw kinderen merken van uw situatie?
  • Praat u wel eens met uw kinderen over wat er speelt? Hoe gaat dat?
  • Maakt u zich wel eens zorgen over uw kinderen vanwege uw situatie?
  • Welke steun krijgen u en uw kinderen op dit moment?
  • Zijn er andere hulpverleners betrokken bij uw gezin en kunnen we, met uw toestemming, samenwerken om u en uw kinderen zo goed mogelijk te ondersteunen?

Vervolgstappen en vastleggen

Wat doe ik nadat ik meer weet over de situatie van eventuele kinderen? ›

Als je signalen van ouderproblematiek bij een cliënt opvangt, ga je na of er minderjarige kinderen bij hem of haar wonen. Bij zwangere vrouwen en bij adolescenten ga je na of er nog andere minderjarige kinderen bij hen in huis wonen.

Vraag bijvoorbeeld:

  • Heeft u kinderen? Bent u zwanger?
  • Hoe oud zijn uw kinderen?
  • Wonen de kinderen bij u? Zijn er ook andere kinderen in uw gezin of huishouden?

Als de cliënt eerlijk antwoord geeft op jouw vragen en zich bewust is van de reële risico’s voor de kinderen, neem je de volgende stappen:

  • Ga na of de cliënt jouw zorgen over de kinderen overtuigend heeft weggenomen.
  • Zo ja, dan noteer je de informatie en sluit je de kindcheck af.

Zijn je zorgen niet weggenomen en heb je eenmalig of vluchtig contact?

  • Vraag Veilig Thuis om advies.
  • Beslis of je hulp kan initiëren en meld anders bij Veilig Thuis.
  • Leg je cliënt uit dat je Veilig Thuis inschakelt zodat er meer zicht komt op de situatie van de kinderen.

Heb je langduriger contact?

  • Bespreek de veiligheid en mogelijke gevolgen voor de kinderen.
  • Vraag advies aan Veilig Thuis.
  • Bied eventueel professionele hulp aan of ondersteuning uit het netwerk van de cliënt.
  • Blijven je zorgen bestaan, volg dan de stappen van de meldcode.

Download: Kindcheck stappenplan

Wat is een positieve kindcheck? ›

Van een positieve kindcheck is sprake wanneer er zorgen zijn dat de situatie van een ouder of verzorger risico's oplevert voor een kind. In dat geval volg je de stappen van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Leidt een positieve kindcheck altijd tot een melding bij Veilig Thuis? ›

Nee. Een positieve kindcheck betekent dat je de meldcode moet volgen. Dat kan leiden tot het organiseren van passende hulp, een melding bij Veilig Thuis of beide. De afweging maak je volgens de stappen van de meldcode.

Wat doe ik als er zorgen blijven bestaan? ›

De vervolgstappen na een kindcheck hangen af van je rol en de aard van het contact met de cliënt. Professionals die een cliënt slechts kort of eenmalig zien, zoals op de spoedeisende hulp of bij de ambulancedienst, hebben andere mogelijkheden dan professionals die langere tijd betrokken zijn bij een gezin.

Wanneer je in een acute situatie werkt of slechts eenmalig contact hebt, is er vaak weinig tijd om uitgebreid onderzoek te doen naar de situatie van de kinderen. Het is dan belangrijk om je zorgen over hun veiligheid bespreekbaar te maken. Vraag ook advies aan Veilig Thuis en volg de afspraken binnen jouw organisatie.

Probeer waar mogelijk de zorg over te dragen aan een hulpverlener of organisatie die de situatie verder kan beoordelen en opvolgen. Lukt dat niet of is dat onvoldoende, dan meld je bij Veilig Thuis.

Werk je in een setting waarin je de cliënt vaker ziet, zoals het sociaal domein, de geestelijke gezondheidszorg, de verslavingszorg of de huisartsenzorg, dan heb je meer mogelijkheden om samen met de cliënt zicht te krijgen op de situatie van de kinderen.

Bespreek de gevolgen van de problemen van de ouder voor de kinderen en onderzoek welke ondersteuning nodig is. Je kunt hierbij de eigen mogelijkheden van de ouder en het netwerk betrekken en zo nodig passende hulp organiseren. Ook in deze situatie kun je advies vragen aan Veilig Thuis.

Als de zorgen ondanks ondersteuning blijven bestaan, of als onvoldoende duidelijk wordt of de kinderen veilig kunnen opgroeien, volg je de stappen van de meldcode van jouw organisatie.

Moet ik na een kindcheck altijd alle stappen van de meldcode volgen? ›

Nee. Een kindcheck leidt niet altijd tot het volledig doorlopen van de vijf stappen van de meldcode.

Als de ouder voldoende duidelijkheid geeft en jouw zorgen zijn weggenomen, kun je de kindcheck afronden. Alleen wanneer er zorgen blijven bestaan of wanneer onvoldoende duidelijk wordt hoe het met de kinderen gaat, zijn vervolgstappen nodig.

Raadpleeg daarbij altijd de meldcode van jouw organisatie voor je taken en verantwoordelijkheden. Of raadpleeg je aandachtsfunctionaris of vraag advies aan Veilig Thuis.

Wat leg ik vast in het dossier? ›

Leg in het dossier vast dat je de kindcheck hebt uitgevoerd, welke informatie je hebt verzameld en welke afwegingen je hebt gemaakt. Beschrijf daarbij feitelijk en objectief wat je hebt gezien, gehoord en besproken. Vermijd aannames, interpretaties of conclusies die niet op feiten zijn gebaseerd.

Je legt bijvoorbeeld vast:

  • Of de cliënt zorgdraagt voor minderjarige kinderen en, zo ja, hoeveel kinderen er zijn en wat de leeftijden zijn.
  • Welke informatie je hebt verzameld over de opvang, verzorging en veiligheid van de kinderen.
  • Welke zorgen er wel of niet zijn over de kinderen.
  • Welke vragen je hebt gesteld en welke antwoorden daarop zijn gegeven.
  • Welke afweging je hebt gemaakt op basis van de beschikbare informatie.
  • Met wie je hebt overlegd en wat het advies was, bijvoorbeeld collega's, de aandachtsfunctionaris of Veilig Thuis.
  • Welke vervolgacties zijn afgesproken of uitgevoerd.

Ook wanneer de kindcheck geen aanleiding geeft voor verdere actie, leg je vast dat de kindcheck is uitgevoerd en op basis van welke informatie je hebt besloten dat vervolgstappen niet nodig waren. Zo is voor collega's en andere betrokken professionals inzichtelijk welke afwegingen zijn gemaakt.

Wil je meer weten of heb je een vraag?

Heb je niet kunnen vinden wat je zoekt, of heb je nog een vraag? Laat het hier weten, dan nemen we contact met je op.